donderdag 15 augustus 2013

Recensies (1)

Recensies (1)

De lastige burger - Dienstverlening in een tijd van ontbrekend burgerschap

Samenvatting

Rubriek:
Non-profit
Trefwoorden:
KlachtenafhandelingKlanttevredenheidOverheid
De mondige burger is geëvolueerd tot serieklager. Op de universiteit eist hij waar voor zijn collegegeld, de politie leest hij de les over prioriteiten en in het ziekenhuis verwacht hij service op hotelniveau.

Burgers die uitgenodigd worden voor een inspraakavond gedragen zich tegenwoordig alsof ze in de Mediamarkt een flatscreen komen uitzoeken. Debatteren doen ze met hun voeten. Nee wordt niet getolereerd, al helemaal niet uit de mond van een ambtenaar die van ons belastinggeld betaald wordt. 'U moet mijn algemeen belang behartigen', verder reikt het democratisch besef van de moderne burger niet.

Het is geen toeval dat de regering juist nu hamert op normen en waarden. Het is een reactie op de zogenaamde verhuftering van de samenleving. Echter, de kern van het probleem is dat de overheid haar ziel heeft verkocht aan de markt. De uitkeringsgerechtigde noemt zij tegenwoordig een klant van de sociale dienst, de hulpbehoevende een klant van de zorgverlener en de snelheidsovertreder een klant van het Justitieel Incassobureau. Zo creëert de overheid lastige burgers.

In 'De lastige burger' verkent Steven de Jong, redacteur van NRC Handelsblad, de rafelige randen van dit klantdenken. Hij draaide met zijn website www.lastvandeburger.nl de rollen eens om. Op dit meldpunt trokken 64 ambtenaren van leer tegen de burger: die zou onverantwoordelijk, egoïstisch en onbeschoft zijn. Honderden burgers reageerden furieus. "Hoe durf je te klagen over je klanten?!" Zijn conclusie: de overheid kan haar dienstverlening niet verbeteren zonder daar het gedrag van burgers bij te betrekken.

'Klantgerichtheid is niet hetzelfde als alles doen wat klanten, of burgers, willen. De grens wordt bepaald door de doelstellingen van de organisatie waar zij klant van zijn', aldus Jos Burgers - Auteur van de bestseller Klanten zijn eigenlijk nét mensen.


Inhoudsopgave

Woord vooraf
Proloog

Een klant van de staat wordt snel woedend

1. Inleiding
2. Reflectie op beleid administratieve lastenverlichting
3. De lastige burger ontleed
4. Recht op klantvriendelijkheid
5. Marktwerking en burgerschap
6. Conclusies

Epiloog
Literatuur
Bijlage A: Klachtenbrieven aan burgers
Bijlage B: De media over 'Last van de burger'
Bijlage C: Columns 'Last van de burger' in Binnenlands Bestuur
Bijlage D: Onderzoek naar 'De betrokken burger'
Over de auteur

De komkommerblues van Amanda Kluveld (Martin Swinkels, Regelzucht.nl)

De komkommerblues van Amanda Kluveld (Martin Swinkels, Regelzucht.nl)

“De ideale BRR-burger is dus lui, niet in staat grenzen te stellen, kan de consequenties van eigen handelen niet overzien, overlegt niet, geeft zijn echtgenote de schuld van zijn eigen falen en eist dat de gemeente zijn huwelijksproblemen oplost en al het verdere werk voor hem doet.” Aldus Amanda Kluveld in de Volkskrant in reactie op de prachtige stunt waarmee de BRR het nieuws haalde.

Door Martin Swinkels

Het is wel jammer dat Amanda nooit gevraagd is om op zo jolig mogelijke wijze mensen over de hekel te halen. Amanda is door de Volkskrant ingehuurd om inhoudelijk te reageren op een actuele stelling en zo tot een debat te komen. Maar historica Kluveld had de komkommerblues en dus geen trek in een serieus debat met echte argumenten. Het kan ook zijn dat Amanda werkelijk meent dat alleen burgers die overeenkomen met haar ideaalbeeld, serieus genomen hoeven te worden door ambtenaren. En misschien kijkt ze werkelijk neer op burgers die weliswaar sociaalvoelend en initiatiefrijk zijn, maar niet feilloos de weg weten in het oerwoud van overheidsregels. Van het motto van Balkenende, samen werken samen leven, wil Kluveld in elk geval niets weten: wie voor zijn plezier bejaarden te eten vraagt, is een vreemde snuiter (lees: een sukkel).

Nu even wat anders. Nederlanders stelen verloren mobieltjes als ze de kans krijgen en zijn daarmee oneerlijker dan burgers in alle omringende landen. Het zit er dik in dat dat het volgende debatonderwerp in de Volkskrant wordt.

Om Amanda werk uit handen te nemen heb ik de moeite genomen om haar te helpen met haar volgende poging tot debat. Als Amanda weer niets inhoudelijks weet te melden, kan ze deze tekst naar de Volkskrant sturen:

De proef met ‘verloren’ mobieltjes was een zielige vertoning. Alleen in achtergebleven gebieden hebben mensen nog de eigenaardige reflex om wildvreemden een plezier te doen. De moderne succesvolle Nederlander weet al lang dat dat zinloos is en heeft een veel te drukke agenda voor dit soort oubollige folklore. Alleen losers brengen nog een mobieltje terug dat waarschijnlijk toch door een bejaarde verloren is die beide handen nodig had voor haar looprek. De gemiddelde bejaarde is immers te lui om zelf een verloren mobieltje te zoeken, verwacht dat een medeburger tijd investeert om haar fout te herstellen en beschuldigt vervolgens hardwerkende mensen van oneerlijkheid en normvervaging.

Bron: Regelzucht.nl, 24 juli 2007

Eigen Beleid Eerst (Sander Turnhout, onafhankelijk adviseur van de overheid)

Eigen Beleid Eerst (Sander Turnhout, onafhankelijk adviseur van de overheid)

Onlangs werd weer eens aangetoond hoe onbeleefd en incompetent we met zijn allen zijn. Steven de Jong, oprichter van een zelfbenoemd onafhankelijk adviesorgaan (kom daar nog maar eens om tegenwoordig!), stuurde ideeën aan Nederlandse gemeenten en constateerde dat zij helemaal niet op ideeën zaten te wachten.
Door Sander Turnhout

Het is bekend dat ambtenaren burgers vooral als hindermacht ervaren, zonder wie zij hun werk immers veel beter kunnen doen en het is onbehoorlijk om niet netjes te reageren maar de kop van het artikel: “Doe iets met ideeën van burgers”, lijkt me als advies uitermate onverstandig. Probeert u zich eens een voorstelling te maken van de ambtelijke cultuur die ontstaat als een gemeente zich ten doel gaat stellen ‘iets’ met ideeën ‘van burgers’ te gaan doen.

Het is maar zeer de vraag of een overheid die volgens de Algemene Rekenkamer minder dan een kwart van het beleid dat zij maakt ook werkelijk realiseert, gebaat is bij nog meer goede ideeën die om uitvoering schreeuwen. Van een ambtenaar mag je betrokkenheid verwachten maar ik zou willen zeggen: eigen beleid eerst! Laat je als ambtenaar geen eigenaar maken van problemen die individuele burgers – hoe goedwillend ook – om zich heen zien en wek vooral geen valse verwachtingen dat jij dat wel eens even op zal lossen. Een open huis voor senioren bijvoorbeeld, stamp je niet zomaar uit de grond en het is maar de vraag of de senioren er op zitten te wachten. Hoe toets je, met andere woorden, of een goed idee wel een goed idee is? Door erover te stemmen, zou je denken. En zo is de democratie natuurlijk ook ontstaan: de burger houdt een pleidooi, verzamelt steun van de volksvergadering, voert zijn voorstel uit en draait op voor de consequenties.

Ben je toch weer terug bij de overheid. In tegenstelling tot het beeld dat de laatste jaren is ontstaan, zijn overheden geen u-vraagt-wij-draaien instellingen. De Jong zou er goed aandoen zijn steekproef bijvoorbeeld eens te herhalen in het bedrijfsleven (“Beste directie van Shell, in uw jaarverslag las ik dat u duurzaamheid heel belangrijk vindt…”). Er vanuit gaande dat die directieleden zijn artikel nog niet gelezen hebben zal hij dezelfde onthutsende stilte als reactie krijgen. Het probleem met goede ideeën is namelijk altijd hetzelfde: iedereen heeft goede ideeën, wat telt is de uitvoering. Voorlopig ga ik er vanuit dat het algemeen belang nog steeds het beste gediend wordt door als overheid gewoon haar beleid zo goed mogelijk uit te voeren. En een beleefde reactie op een goed bedoeld initiatief is natuurlijk ook gepast.

Bron: Per e-mail ontvangen, 19 juli 2007

Burger verder van democratisch huis (Peter de Jonge, Peterspagina.nl)

Burger verder van democratisch huis (Peter de Jonge, Peterspagina.nl)

Gemeenteambtenaren weten geen raad met ideeën die de burger aanlevert. Vaak reageren ze helemaal niet op een ingestuurd plannetje. Een aantal gemeenten brengt nog wel de beleefdheid op een bevestiging van ontvangst te sturen, maar laat daarna ook niets meer horen.

Door Peter de Jonge

Slechts in een enkel geval gaan de lokale ambtenaren voortvarend aan de slag en helpen de plaatselijke Willie Wortels aan bruikbare informatie en ondersteuning. Dit meldt de BRR (Burgerlijke Raad voor het Regeringsbeleid), van Steven de Jong, tevens initiatiefnemer van lastvandeburger, waar ambtenaren mogen klagen over irritante burgers.

Gisteren kon u hier ook al lezen dat burgers in Nederland niet mogen stemmen over het gemeentelijke budget, terwijl dat in andere landen wel het geval is.
Tegelijkertijd deelt minister Hirsch Ballin mee dat het invoeren van lekenrechters een aardig idee is, maar veel te duur en dat we dat dus op onze buik kunnen schrijven. Gaat niet door en daarmee blijft Nederland achter bij andere europese landen die wel vertrouwen hebben in een burgerbijdrage aan de rechtsgang.
Ik kan me nog herinneren dat Wouter Bos tijdens de presentatie van het regeerakkoord, op een vraag van een journalist of de overheid nu echt gaat luisteren naar de burger, antwoordde: Het gaat natuurlijk niet zo worden van u vraagt, wij draaien.

Lijkt dat nu helemaal waar te worden? Blijft het zo dat dure overheidscampagnes om de burger meer bij de democratie te betrekken, alleen resulteren in raden en commissies die adviezen mogen uitbrengen waar de overheid naar eigen believen mee om mag springen?

Burgers leveren ideeën maar er wordt weinig mee gedaan, meebeslissende burgers zijn in ieder geval niet bij justitie welkom. Wordt dit de trend van het huidige kabinet en raken we stapsgewijs steeds meer verwijderd van een participatieve democratie?

Bron: Peterspagina.nl, 19 juli 2007

Ambtelijk Nederland nog niet klaar voor ondernemende burgers (Jan de Wild en Kees Penninx, MOVISIE - maatschappelijke ontwikkeling)

Ambtelijk Nederland nog niet klaar voor ondernemende burgers (Jan de Wild en Kees Penninx, MOVISIE - maatschappelijke ontwikkeling)

“Burgers met plannen worden massaal genegeerd door gemeenten”, zo blijkt uit een onderzoek van de Burgerlijke Raad voor het Regeringsbeleid (BRR) onder 450 (deel-)gemeenten. Uit ervaring weten we dat die conclusie vaak maar al te waar is.

Door Jan de Wild en Kees Penninx, MOVISIE - kennis en advies voor maatschappelijke ontwikkeling

Actieve burgers krijgen herhaaldelijk nul op request wanneer zij bij gemeenten hulp vragen bij het uitvoeren van sociaal maatschappelijke initiatieven. Ambtelijk Nederland is nog niet klaar voor de ondernemende burger. Voor een overheid die zich juist voorstaat op het bevorderen van actief burgerschap is dat een groot probleem, omdat  het vertrouwen van de burger in het geding is. Gelukkig gaat het bij gemeenten niet (altijd) om onwil en is de kwaal volgens ons te behandelen.

Onwil of onmacht?
In de afgelopen jaren heeft MOVISIE verschillende gemeenten geadviseerd en begeleid bij het testen en ontwikkelen van effectieve methoden om burgers een actieve rol te geven in de lokale gemeenschap. Eén van die MOVISIE-initiatieven is het nationale project Zilveren Kracht dat de participatie van senioren bevordert.
Senioren kunnen veel én willen veel. Slechts af en toe hebben zij de gemeente nodig: voor een startsubsidie, een ontheffing, een kopieerapparaat. Je vraagt je dus af waarom de  ambtenaar die hierop wordt aangesproken niet zit te juichen maar in paniek met de handen in het haar zit. Het onderzoek van de BRR doet vermoeden dat er sprake is van starheid en onwil. Er zijn immers clubs genoeg die een handje kunnen helpen. Denk aan kamer van koophandel, vrijwilligerscentrales, welzijnswerk, Gildeprojecten en ouderenorganisaties. Waarom verwijzen gemeenten daar dan niet naar?

In de praktijk blijkt het niet zo simpel. In veel gemeenten ontbreekt de afstemming tussen al deze organisaties volledig. De ambtenaar heeft de handen al meer dan vol aan het in de lucht houden van al die draaiende bordjes. Het resultaat is dat nieuwkomers, zoals het seniorenrestaurant van de BRR, niet op de draaistok worden gezet. Ambtenaren beseffen onvoldoende wat het effect van hun veel te passieve opstelling is Wanneer de burger onverrichter zaken naar huis gestuurd wordt, verliest een actieve burger het vertrouwen. En dat is jammer als je weet dat bijvoorbeeld een grote groep senioren klaarstaat om een nieuwe rol in de samenleving te vervullen.

Potentieel genoeg
Een groeiende groep overwegend jonge senioren zoekt naar nieuwe vormen van maatschappelijk zinvolle participatievormen. Samen iets doen aan de veiligheid in de wijk, een restaurant openen, een woongemeenschap vormen, een bezoekdienst voor eenzame ouderen runnen of een zorgboerderij voor verstandelijk gehandicapten opzetten. Het is maar een greep uit de dromen van ondernemende, maatschappelijk geëngageerde senioren, die Zilveren kracht tegenkomt. In hun nieuwe levensfase willen deze senioren meetellen, zich blijven ontplooien en samen met anderen zin geven aan hun nieuwe levensfase. In zelf gekozen én aangedragen projecten. Het nieuwe ouder worden speelt zich af in betekenisvolle sociale rollen, zoals mentor, coach, maatje, klusser, organisatieadviseur, huisbezoeker, voorleesopa, kunstenaar of actieve buurtbewoner. Kansen genoeg voor bereidwillige gemeenten.

Trampoline
Ambtenaren hoeven niet altijd zelf  die actieve burgers te woord te staan. Zij moeten wel laten zien dat zij de politieke roep om het actief burgerschap te bevorderen serieus nemen en dat zij snappen dat het ook iets voor henzelf betekent. Niets zo frusterends als een gesloten loket of een nietszeggend antwoord van een ambtenaar.  Dat betekent dat gemeenten actief moeten doorverwijzen naar de bestaande organisaties en open moeten staan voor nieuwe vormen van dienstverlening. Denk bijvoorbeeld aan “vrijwilligerswerk on line” waarbij deskundigen van allerlei pluimage dag en nacht klaar staan met konkrete adviezen.

Veel bedrijven stimuleren hun medewerkers aan dit soort activiteiten mee te doen. Zij profileren zich zo als maatschappelijk betrokken ondernemer wat goed is voor hun naam en voor de samenleving. Dat kan net zo goed opgaan voor gemeenten. Gemeenten kunnen niet alleen meedoen in dit soort netwerken, ze kunnen ook meehelpen ze te organiseren. Bijvoorbeeld door een virtueel lokaal servicestation voor burgerinitiatieven mogelijk te maken. De missie is het stimuleren en honoreren van actief burgerschap. Gepensioneerde managers kunnen een sleutelrol krijgen, ondersteund door één of meerdere ambtenaren. De kosten van deze publiek-private combinatie kunnen betaald worden uit lokale middelen op het gebied van de Wmo, de Wet Werk en Bijstand, aandelen genomen door woningcorporaties en andere beneficials; investeringen van aangesloten organisaties en deelnemersgelden of - contributies. Deze investering verdient zichzelf terug, niet alleen in de vorm van maatschappelijke productiviteit, maar ook in termen van gezondheidswinst, sociale cohesie en veiligheid in de wijken.

Gemeenten die deze weg inslaan kennen over enkele jaren geen ambtenaren meer die bij het eerste e-mailtje met de handen in het haar zitten. Deze ambtenaren hebben een leuke nieuwe baan waarin zij als sociale ondernemers het voorbeeld geven en werken als trampoline voor de talenten van burgers. 

Jan de Wild is directeur bij MOVISIE, kennis en advies voor maatschappelijke ontwikkeling, te Utrecht. Kees Penninx is projectleider Zilveren Kracht bij MOVISIE.

Gemeenten moeten ideeëncentrum bellen (Ideeëncentrum, vereniging voor innovatie en ideeënmanagement)

Gemeenten moeten ideeëncentrum bellen (Ideeëncentrum, vereniging voor innovatie en ideeënmanagement)

Eric van der Veer deed net alsof hij wel bestond en ook echt als chef werkzaam was bij een supermarkt. Had allebei gekund want zo vreemd is die naam niet en werken bij een supermarkt komt vaker voor. Zelfs het idee van Eric had ook best realiteit kunnen zijn.

Hij opperde het idee een senioreneethuis op te richten om ‘eenzame ouderen wat gezelschap te bieden’. Dat idee werd door de Burgerlijke Raad voor het Regeringsbeleid (BRR) verstuurd aan 450 gemeenten. Om te peilen hoe die gemeenten zouden omgaan met deze vraag en hoe zij zouden reageren.

En daarmee haalde deze nep-Eric heel wat los. Van de aangeschreven (deel)gemeenten reageerden er 144 helemaal niet en stuurden 76 alleen een ontvangstbevestiging. De helft van de gemeenten reageerde min of meer inhoudelijk. Maar slechts 58 gemeenten stuurden een reactie die door de pseudo-adviesraad als ‘inhoudelijk voldoende’ werd beoordeeld. 392 gemeenten weten dus niet goed wat zij met dergelijke burgerideeën aan moeten.

Steven de Jong is oprichter van de BRR, het zelfbenoemde onafhankelijk orgaan dat de overheid ongevraagd van advies dient. Volgens hem geven gemeenten initiatiefnemers een schouderklopje en sturen vervolgens deze burgers met een kluitje in het riet. Het kabinet Balkenende IV wil burgers aanzetten om hun betrokkenheid te tonen maar het resultaat van het onderzoek staat in schril contrast met dat kabinetsbeleid. Het rapport noemt het motto van het kabinet ‘Samen werken, samen leven’, een wassen neus.

Voor het Ideeëncentrum gaat het bij dit voorbeeld vooral om de conclusie dat gemeenten kennelijk niet weten hoe zij met ideeën van burgers moeten omgaan. En dus ook geen systeem in welke vorm dan ook hebben om ideeën te behandelen en af te handelen. Jammer voor de goede ideeën, jammer voor de betrokkenheid van de ideeëninzenders en jammer van de kansen die gemeenten nu laten liggen.

Waarmee gezegd wil zijn dat er voor het Ideeëncentrum nog een groot terrein braak ligt. Werk aan de winkel! Nederland telt momenteel 483 gemeenten waarvan er dus naar schatting 400 geen idee hebben hoe zij ideeën moeten behandelen.

Bron: Ideeëncentrum, 22 juli 2007

Undercoverburger in actie (Bedrijf der Duizend Eilanden)

Undercoverburger in actie (Bedrijf der Duizend Eilanden)

Het serieus nemen van burgers is nog lang geen algemeen verschijnsel bij overheidsinstanties. Bij wijze van experiment schreef Steven de Jong, oprichter van de Burgerlijke Raad voor het Regeringsbeleid (BRR) als undercoverburger Eric van der Veer een brief naar 450 Nederlandse gemeenten.

Hij vroeg daarin om hulp bij het oprichten van een Senioreneethuis. Slechts 17% van de aangeschreven gemeenten reageerden inhoudelijk, 31% van de gemeenten liet helemaal niets van zich horen. Bij de gemeente Utrecht ging de vraag van ‘Eric van der Veen’ van afdeling naar afdeling, maar uiteindelijk hoorde hij er niets meer van.

Afdeling Communicatie niet bereikbaar
NRC Handelsblad besteedde er op 19 juli 2007 een stukje aan. Men heeft daarbij ook geprobeerd de gemeente Utrecht om een reactie te vragen. Maar dat bleef in een poging steken, want: ‘De afdeling Communicatie van de gemeente Utrecht was vanmorgen niet bereikbaar’…….

Bron: Bedrijf der Duizend Eilanden, 29 juli 2007

Gemeente reageert niet goed op betrokken burger (Instituut voor Publiek en Politiek)

Gemeente reageert niet goed op betrokken burger (Instituut voor Publiek en Politiek)

De Burgerlijke Raad voor het Regeringsbeleid (BRR) heeft met een fake e-mailbericht getest hoe gemeenten omgaan met burgers die een goed plan hebben en ondersteuning vragen van de gemeente. Wat blijkt: gemeenten weten vaak niet goed wat ze ermee aan moeten. Lees meer op www.burger-raad.nl.

Bron: Instituut voor Publiek en Politiek (IPP), 19 juli 2007
[]